Zuiderend

Wat ook een begin kan zijn

Afgelopen zaterdag nam ik deel aan een workshop Lange Sluitertijden. Bij de gebruikelijke wijze van fotograferen is de sluitertijd een fractie van een seconde, bijvoorbeeld 1/125. Daarbij wordt beweging bevroren. Bij het hanteren van lange sluitertijden gebruik je hele seconden zoals 10 of 30. Of één tot meerdere minuten om de sensor te belichten. Het is een manier van fotograferen waarbij het niet gaat om het snelle kiekje dat precies moet weergeven wat de fotograaf zag, maar om een manier om beweging op een bijzondere manier vast te leggen, namelijk ’bewogen’. Dat geeft een surrealistische tint aan een foto omdat je de tijd vastlegt die voorbij gaat. Beweging wordt een vorm, water wordt mist en lucht wordt een vloeibare substantie.

Dat schrijft Mischa de Muynck op zijn website HeelHollandFotografeert. Hij verzorgt o.a. deze workshop en wist mij met die wervende zinnen te lokken. Je bent nooit te oud om te leren en deze techniek leek mij wel wat. Dus gaf ik mij op voor de workshop. 

Om kwart voor 10 startte Mischa in zijn lesruimte in Kortgene de workshop met een theoretische inleiding. Daarbij veel aandacht voor het gebruik van een 10-stops grijsfilter dat je voor de lens moet zetten om de lange sluitertijd te compenseren. Anders zouden alle foto’s zwaar overbelicht worden. Het gebruik van dat filter vraagt enige handigheid die in de loop van de dag tot een zekere mate van routine moet leiden. Dat gingen de 6 deelnemers de rest van de dag uitgebreid oefenen.

Zeelandbrug

We begonnen aan de Noord-Bevelandse oever van de Oosterschelde bij het begin van de Zeelandbrug. Het was prachtig weer voor zo’n dag buiten en voor de fotografie. Al doende aan de voet van de dijk kregen we de volgorde van handelen enigszins in de gaten, al ging er ook het een en ander mis. Toch lukte het ook om goede foto’s van de brug te maken boven een gladgestreken watervlakte. Dat geeft inderdaad een bijzonder beeld.

Tegen het middaguuur vertrokken we naar de Westkappelse Zeedijk op Walcheren, tussen Domburg en Westkapelle. Na een lopende lunch met door Mischa gepresenteerde heerlijke broodjes gingen we ook hier onderaan de dijk aan de slag om het opkomend tij te fotograferen. Dat lijkt een onmogelijke taak, maar met lange sluitertijden is dit mogelijk. Inderdaad, iets surrealistisch heeft het wel.

Aan de voet van de Westkappelse Zeedijk kun je je in de Alpen wanen
Opkomend tij 1
Opkomend tij 2

Om half 4 was het tijd om naar het Veerse Meer te gaan voor nog een kleine opdracht bij de restanten van wat aanlegsteigers.
De workshop werd daarna afgesloten in Mischa’s lesruimte in Kortgene, waar hij nog een verhelderende uitlag gaf over hoe je met de opnamen van deze dag in de nabewerking aan de gang kunt gaan. Om half 6 was het afgelopen en gingen we na een heerlijke dag in de buitenlucht en aan de Zeeuwse waterkant naar huis. En het was ook een geslaagde en goed georganiseerde workshop onder de plezierige leiding van Mischa de Muynck, die de deelnemers als docent en ’coach in het veld’ de hele dag met raad en wijze woorden ondersteunde.

De restanten van een aanlegsteiger in het Veerse Meer

Al heel wat jaren zijn wij in het bezit van een aantal agaves. Het zijn gestekte planten van oude exemplaren die eens van mijn schoonvader waren. Dierbare planten dus, die door Ans met liefde worden verzorgd. En ook ik draag wel eens een steentje bij.

Agaves zijn vetplanten, of deftig gezegd succulente planten, die water opslaan in een deel van hun lichaam. Zij kunnen hier niet het hele jaar buiten blijven en dus gaan die van ons in november naar hun winterverblijf in de kas van tuindersbedrijf Kesteloo in Koudekerke. Daar blijven ze tot na de IJsheiligen. 

De IJsheiligen zijn Mamertus, Pancratius, Servatius en Bonifatius. Hun naamdagen, of misschien moet ik schrijven feestdagen, vallen op 11, 12, 13, en 14 mei. Omdat in deze tijd in West-Europa nogal eens schade brengende nachtvorst voorkomt, markeren deze dagen de overgang naar wat zomerser getint weer. Voor wat het waard is, er zit een portie volksweerkunde in deze gedachte.

Maar toch houden we ons er ieder jaar aan. Na de IJsheiligen bellen we Kesteloo om af te spreken wanneer hij de agaves weer thuis brengt. Vanmiddag zijn ze gebracht en ze geven meteen wat meer zomerse beleving bij het kijken naar de voortuin, waar we ze op de gebruikelijke plek hebben neergezet, goed zichtbaar vanuit de kamer.

Het zomergevoel kreeg dus vandaag door dit jaarlijkse ritueel een opkikkertje. Nu het weer nog.

De agaves zijn weer thuis
De amfora’s er weer mooi tussen….
…en ook Gijsje Gans natuurlijk
De Noorse esdoorn staat in vuur en vlam

Ruim een week geleden zag ik op een van de weblogs die ik volg een foto met daarop het prille blad van een ontbottende klimhortensia. Die in mijn tuin was nog lang zo ver niet, bevond zich nog in het knopstadium. Geen blaadje te zien, terwijl de woonplaats van die blogger naar ik meen in de buurt van Brussel is, dus niet zo veel zuidelijker dan Middelburg. Maar goed, zuidelijker en wat meer landinwaarts, het kan kennelijk het verschil maken.

Monnikenwerk in de lentezon

Vandaag was het een warme lentedag. Dat nodigde uit tot buitenactiviteiten. Dus heb ik vanmorgen de buitenboel maar eens gedaan. Een beleving van enige mistigheid bij het naar buiten kijken moest weggewassen worden. Toen dat klaar en de transparantie vanuit de woonkamer weer optimaal was, lonkte de tuin. Dit zou een uitgelezen middag zijn om het gras eens goed onderhanden te nemen. Het was in de wintertijd door blijven groeien, alsof er geen winter meer bestaat, en flinke plukken hadden een hoogte van meer dan 10 cm bereikt, te hoog voor mijn handmaaiertje. Krukje erbij en met grasschaar en heggenschaar de sprieten eerst tot maaihoogte teruggebracht. Het resulteerde in een forse hoop afgeknipt gras en een vochtige rug. De grasmaaier kreeg ik er daarna soepel overheen geduwd. In de komende dagen kalk strooien en bemesten en dan is het weer even gedaan met de warmte, want er komt koud weer aan.

De nieuwe prunus staat in zijn tweede jaar uitbundig te bloeien
De oogst

En toch, de lente is hier nu echt onstuitbaar aangekomen. Want ook bij mij in de tuin is de klimhortensia zijn blaadjes aan het ontvouwen. De natuur weet hoe laat het is, al lopen de klokken niet overal gelijk. 

Klimhortensia

Beleefden we in de afgelopen week toch nog een echte winter, met strenge vorst, snijdende oostenwind en sneeuwjachten. Al kwam in Zeeland de temperatuur niet zo heel laag, het was koud genoeg om ook hier ijs te doen ontstaan. En er waren dagen met zon en een heldere blauwe lucht. Heerlijk weer voor kleine winterwandelingen.

Wandelen is wat de huisarts heeft aanbevolen om de gevolgen van de corzonabesmetting te boven te komen. Die zijn bij mij niet zo ernstig doordat ik slechts lichte klachten heb gehad. Gevolgen zijn er daarentegen zeker wel, ook bij mij; het virus kan een flinke ravage aanrichten. Ans is erger ziek geweest en bij haar zijn de gevolgen navenant.

Deze week werd er in PZC/AD ruim aandacht aan besteed. De gevolgen kunnen ernstig zijn en langdurig: hartklachten, angstaanvallen, hevige hoofdpijn, kortademigheid, concentratieproblemen. En nit te vergeten de vermoeidheid. Langdurig wil zeggen heel lang! Sommigen die in maart vorig jaar besmet raakten zijn nog steeds niet hersteld. Het betreft vaak mensen van gemiddeld 40 jaar die niet in het ziekenhuis hebben gelegen. Er zijn zo’n 28000 ex-coronapatiënten onder behandeling van een fysiotherapeut. Corona kan het lichaam slopen.

Zo erg is het met Ans en mij gelukkig niet gesteld. Die klachten herkennen we wel, hebben we zelf ook, en het virale sloopwerk heeft zeker gevolgen voor onze conditie. Vooral Ans heeft flink moeten inleveren. Onze wandelingen hebben dan ook een maximale duur van zo’n 30 minuten. Na de opgelopen schade met bijbehorende beperkingen door alle therapieën na de borstkanker is dit voor haar een bittere pil.

Het poelgebied bij Brigdamme. Op de achtergrond de bomen langs het Brigdamsepad met daarachter de kreekrug.

We wonen aan de rand van de stad en dat heeft het voordeel dat als je actieradius niet zo groot is, je vanuit huis toch even ‘buiten’ bent, langs akkers en weilanden gaat, in de verte kunt kijken. Ook is er dichtbij een klein natuurgebied dat bestaat uit een niet-geëgaliseerd poelgebied met drinkputten, gelegen tussen twee hogere kreekruggen. 

Die kreekruggen zijn lang geleden ontstaan door in getijdengeulen afgezet zand en klei. Vanaf circa 300 n.Chr. had de zee hier enige eeuwen vrij spel en stond Walcheren via die kreken ermee in open verbinding. Tussen de kreekruggen lagen veengebieden en nadat Walcheren bescherming tegen de zee had, ontstond inklinking door ontwatering en werd er zout en turf gewonnen. Dit werden de lagere poelgebieden en heeft het Walcherse landschap iets weg van van een poffertjespan. Nederzettingen zijn als lintbebouwing op de kreekruggen ontstaan en veel dorpen en gehuchten liggen daar nog steeds.

De kreekrug naast het Brigdamsepad. Dit is een zijtak van de kreekrug die tussen Middelburg en Sint Laurens loopt. Uiterst links is de lintbebouwing daarvan te zien.

Langs dat poelgebied bij ons ‘om de hoek’ loopt het restant van een oeroud kerke/voetpad, het Brigdamsepad. Kerkepaden werden vooral ’s zondags gebruikt om naar de kerk te gaan als er geen gewone weg tussen woonplek en kerk was. Zij liepen vaak dwars door het landschap, tussen akkers en weilanden. Veel kerkepaden zijn in onbruik geraakt of aan ruilverkavelingen ten prooi gevallen. Er zijn in Nederland nog een aantal kerkepaden overgebleven.

Het Brigdamsepad met rechts de kreekrug en links het kleine poelgebied. Op de achtergrond de lintbebouwing van Brigdamme.

Het Brigdamsepad is er één van en ligt tussen Middelburg en de buurtschap Brigdamme, gelegen op de kreekrug van Middelburg naar Sint Laurens. In de richting van Brigdamme lopend heb je rechts de akker op de kreekrug, waar het pad pal langs loopt en links het kleine poelgebied, in beheer hij Het Zeeuwse Landschap. Zij hebben in deze mooie winterse periode de hekken van hun natuurgebieden opengezet, waardoor er op de poelen geschaatst kan worden.

In de slootkant van het Brigdamsepad

Dus was het ondanks de gure wind lekker wandelen in het zonnige winterse landschap, naar het Brigdamsepad of een ander ommetje dat met onze huidige conditie goed te doen is. Op en langs het pad waren opvallend veel vogeltjes, heen en weer vliegend tussen het riet en de braamstruiken. En vandaag gingen we ook het poelgebied in waar inderdaad geschaatst kon worden. Het is altijd een genoegen om daarnaar te kijken. Schaatspret op vijvers en sloten heeft een aparte, eigen sfeer waar je mee opgroeit en altijd van kunt genieten. Zelf heb ik evenwel geen kriebels meer om mijn noren uit de doos te halen. In het journaal zag ik beelden van schaatsers bij de molens van Kinderdijk en dat deed de herinnering terugkomen aan de Molentocht die ik ooit in de Alblasserwaard gereden heb. Dat was mooi.

We wandelden samen op de beijsde wegen en paden, voor herstel van onze conditie, elkaar steunend op gladde stukken en genietend van deze echte, je zou haast zeggen ouderwetse winter.

Morgen gaat het dooien.

Een comité van dichters en poëziekenners heeft Lieke Marsman gekozen tot de nieuwe Dichter des Vaderlands. Zij kreeg die titel vanwege haar ”eigen toon, poëtische kracht en aansprekende strijdvaardigheid”. Die wil ze tonen in het maatschappelijk debat, zegt ze in NRC, één van de partners achter het dichtersinitiatief. Marsman, die lijdt aan kraakbeenkanker, wil de stem zijn van het dorre hout: ”Het is een tijd van ziekte, en zieke en zwakke mensen zijn het afgelopen jaar nagenoeg afgeschreven, als dor hout.”

De term dor hout is vanaf april vorig jaar in de aandacht gekomen door een column van Marianne Zwagerman. Het is in feite een uitrekken van de betekenis die het al had – dood hout – want volgens Van Dale is het nu ook een metafoor, onder meer voor kunstenaars die niet meer creatief en werknemers die niet langer productief zijn.
Zwagerman zorgde voor ophef door het merendeel van de dodelijke slachtoffers van corona te omschrijven als ‘dor hout’. Zij betoogde dat de aanpak van corona met als doel het ’sparen van dor hout’ ten koste gaat van de welvaart van onze kinderen. Daarmee zette ze de waarde van oude, veelal kwetsbare mensenlevens af tegen hun (economische) nut. Haar boodschap was en is dat je niet de hele economie kan opofferen om een paar oude mensen te redden. Want het virus was een oudemensenziekte, voor jonge mensen was het geen bedreiging. Ze twitterde in april al: het dorre hout wordt gekapt, misschien een paar maanden eerder dan zonder virus. Moet iedereen die nog in de bloei van zijn leven zit daar alles voor opofferen?

Kwestie van kosten-batenanalyse, lijkt het.
Hoe wrang en cynisch is deze stellingname. En onbegrijpelijk omdat zonder gêne de maatschappelijke solidariteit, toch een element van beschaving, in feite wordt afgeschoten. Voor mij een voorbeeld van wegebbende cohesie in de samenleving. Individueel gewin gaat boven barmhartigheid en zorg voor de naaste. Wat jouw ontplooing in de weg zit moet maar sneuvelen.

Begin januari hebben Ans en ik een coronabesmetting opgelopen, hoe voorzichtig we vanaf de uitbraak van de pandemie ook zijn geweest. Eerst testte ik positief en moest thuis gekomen uit Zuid-Limburg meteen in isolatie. Een vervreemdende ervaring om volledig afgezonderd in een kamertje in je eigen huis door te brengen. Ans was tegelijkertijd in quarantaine en moest zich na een week opnieuw laten testen. Zij bleek toen ook positief en vanf dat moment waren we dus weer samen in ons huis, samen in isolatie. Mijn klachten bleven licht en na een dag of 12 kon ik vaststellen dat ik klachtenvrij was. Ans kreeg ernstiger klachten en een paar keer dreigde het op ziekenhuisopname te kunnen uitdraaien. Gelukkig bleek dat niet nodig en op dit moment is het grootste gevaar voor haar wel geweken.

Op deze wijze komen we als kwetsbare ouderen er goed vanaf. Met mij gaat het best weer goed al merk ik wel dat het virus wat heeft aangericht. Als ik een poosje actief ben geweest krijgt soms een tomeloze moeheid de overhand op mij. Dat is dan ook de enige nawee. Ans heeft een langere weg naar volledig herstel te gaan. Waarbij voor ons beiden geldt dat het niet uitgesloten is dat we niet weer op ons pre-coronaniveau zullen komen.

Omdat in de laatste jaren mijn kwetsbaarheid nogal is toegenomen, gaf de besmetting met Covid-19 een behoorlijke schrik. De kranten en andere media berichten regelmatig hoe desastreus dit virus kan uitpakken. Bij sommige mensen laat het virus een enorme ravage achter. Of het loopt fataal af. Recentelijk is een neef van mij aan corona overleden, hij werd slechts 54 jaar. Maar ook mensen van net in de 30 worstelen vele maanden met een ernstige nasleep van de besmetting.

Dan besef je de waarde van ieder mensenleven des te meer. Marianne Zwagerman meet die waarde met economische maatstaven. Maar als economie de norm aangeeft voor een levenswaardig leven, dan zou er voor onze Truus en vele anderen weinig perspectief zijn.

Het is terecht dat de dichteres Lieke Marsman tegen de diskwalificatie van wie oud en kwetsbaar is in verzet komt. Een andere dichter wijst op nog een andere manier hoe hiernaar te kijken. Ons wijzend op onze eigen kwetsbaarheid, op ’ons aller angst’. En op de kracht van die kwetsbaarheid, de zelfbewustheid van de tere krokus tegenover het harde beton. Kwetsbaarheid als kostbaar goed binnen eenieder en voor iedereen.

In de bundel uit 1992 met zijn laatste artikelen, uit de periode voor hij overleed aan een hersentumor, staat bij dit gedicht:

Dit gedicht van Okke Jager, uitgehouwen in een cilinder van graniet, zal op het terrein van het psychiatrisch ziekenhuis Brinkgreven in Deventer aandacht vragen voor al die mensen die op de een of andere manier moeite hebben met het leven en met onze samenleving. Een teken gewonnen op weerbarstig materiaal om een ogenblik stil te staan bij mensen die met vallen en opstaan door de wereld gaan.

Kwetsbare mensen zijn van alle tijden….

HOE KOSTBAAR IS EEN KWETSBAAR MENS

Verraadt ons aller angst zich niet
in wie het leven weerloos liet?

De glasglans stemt de blazer mild.
De kaarsvlam vormt de hand tot schild.

De krokus wijst beton zijn grens.
Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens.

Okke Jager

En toen kreeg het virus mij toch te pakken. Op Nieuwjaarsdag zijn we om half 11 getest in Landgraaf. Reeds ’s avonds kwam de uitslag: Ans negatief en ik positief. Die middag hadden we nog een mooie wandeling gemaakt naar Schweiberg en dan door de glooiende weilanden terug. We zouden tot maandag blijven, maar dit bleek de afsluitende wandeling. Want in deze omstandigheden is het maar beter om thuis te zijn, je weet niet hoe het ziekteverloop zal zijn.

Zaterdagmorgen alles ingepakt. Terwijl we daarmee bezig waren belde de GGD Zeeland. Ze hadden het doorgekregen van de GGD LImburg en belden voor het bron- en contactonderzoek en om instructies te geven. Ik moest 10 dagen in isolatie en Ans 7 dagen in quarantaine. Met een lading instructies erbij hoe we dat moesten inrichten en dat er steeds van alles ontsmet moet worden.
Dus toen we in de loop van de zaterdagmiddag thuis waren en de auto leeg was, meteen ermee aan de slag gegaan. En dat viel voor de drommel niet mee. Want na 51 jaar huwelijk moesten we gescheiden van tafel en bed gaan leven. Ik woon nu boven op de achterkamer en mag er zondag pas uit komen mits ik dan 24 uur klachtenvrij ben. Ans woont beneden. Het is afschuwelijk. En noodzakelijk om te voorkomen dat ik Ans alsnog besmet. We mogen geen bezoek ontvangen en Ans mag geen boodschappen doen. Degene die dat voor ons doet moet alles buiten voor de deur zetten.

Ondertussen denken we terug aan die laatste dagen in Limburg toen we nog een paar mooie wandelingen hebben gemaakt. Het was steeds slecht weer met miezer en een koude wind – een liefhebber van wandelen in natuur en landschap laat zich er niet door weerhouden.

Schin op Geul: brug over de Geul en een eindje de helling op de Sint Mauritiuskerk

De ene dag reden we naar Schin op Geul voor de kribkesroute. Een mooie wandeling in het buitengebied langs de Geul naar kasteel Schaloen en Oud-Valkenburg met kasteel Genhoes. En onderweg meerdere kribkes gezien met opvallend vaak glas of plastic ervoor ter beveiliging tegen diefstal. Ja, zover kan de mensheid afzakken dat zelfs het kindje Jezus in zijn stal niet veilig is voor grijpgrage handen.

Kribke aan de voet van de Sint-Mauritiuskerk
Sint-Mauritiuskerk op de helling van het Geuldal steekt boven het dorp uit
Kribke langs de Geul
Poëzie langs de Geul

De plek

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.

Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.

Herman de Coninck

Sint-Johannes de Doperkerk, Oud-Valkenburg
Kasteel Schaloen
Kasteel Genhoes
Verstild landschap

’s Anderendaags hebben we de auto bij het gesloten restaurant Buitenlust geparkeerd en een rondje via Cottessen gelopen. Door het Vijlenerbos weer terug. Prachtige verstilde uitzichten richting België waren de beloning. Bij Buitenlust was veel animo voor het uitgifteloket voor koffie en dergelijke, mee te nemen en niet op het terras op te drinken. Zoals zo vaak in deze coronatijd trok het gros van de mensen zich er niets van aan en was het gezellig druk op het terras.

Bij Boscafé ’t Hijgend Hert
Boskeetje ’t Vergulde Reetje

We reden ook nog even naar het geliefde Boscafé ’t Hijgend Hert. De toegang is met een lint afgezet. Achter het restaurant is een bouwkeet neergezet voor meeneemkoffie en versnaperingen. Opnieuw een gezellige drukte. We hebben het ook hier maar gelaten voor wat het was en veilig thuis een glas warme Glühwein genomen. 

De laatste wandeling in onze corona-onschuld maakten we op woensdag in het Malensbos, het oostelijke deel van het Vijlenerbos. Daar zijn grafheuvels te zien uit de Bronstijd, zo’n 2000-800 jaar v.Chr. Eén van de grafheuvels is deels opengewerkt met een mooi kunstwerk erbij. De andere grafheuvels liggen verstild in het bos.

Ontroerend kunstwerk bij de grafheuvel
Grafheuvel verderop in het Malensbos
Aan de rand van het Malensbos kijk je mooi uit over Wolfhaag met in de verte de Vaalserberg met de Boudewijnstoren bij het Drielandenpunt

Tenslotte op Nieuwjaarsdag nog de wandeling naar Schweiberg en terug door de weilanden in het dal van de Nutbron, op wat een paar uur later blijkt onze laatste dag in Limburg te zijn. 

In de weiden rond de Nutsbron wierpen we een laatste blik op Epen

Inmiddels ben ik een paar dagen in isolatie. Ik heb gelukkig milde klachten tot nu toe. Het is vreemd om zo in je eigen huis te moeten bivakkeren waarbij Ans en ik uit elkaars buurt moeten blijven. Als het goed gaat nog een week….

We zijn alweer een week in Hurpesch. In de afgelopen twee dagen was het voluit regenachtig, echt binnenzitweer dus. De andere dagen hadden ruim voldoende droge perioden om een wandeling te maken. Vooreerst over welgebaande wegen naar het dorp Mechelen in het Geuldal en de buurtschappen Helle, Kleeberg, Bommerig en Elzet op de westelijke helling van het Vijlenerbos. Daarnaast waren die dagen goed om uit te rusten.

Op weg naar de bosrand

Vandaag was het hier goed en droog weer, prima wandelweer en het was intussen ook wel tijd geworden om het asfalt te verlaten en het bos in te trekken. Dat betekent over blubberpaadjes naar boven glibberen en aan de andere kant best steil naar beneden, wel over een solide pad, om veilig te landen in Bommerig. Was het plan om over de weg terug te gaan, kwam er even later aan de linkerkant een trapje in beeld dat naar het wandelpad langs de Geul leidt, het pad tussen Mechelen en Epen. Het blubberwandelen werd dus hervat en het was weer fijn om door het Geuldal te lopen, dat door de regen van de laatste dagen nogal drassig was geworden.
Ook worden löss en klei door de wandelaars tot dunne prut gelopen. Het zal voor ons de pret niet drukken, het is het kenmerk van dit krijtland. Dít is wandelen in het Heuvelland.

In het bos
Sporen van natuurgeweld
Epen op de andere helling van het Geuldal
Soms is het pad wat beter….
Vaak niet – drassig land betekent omlopen, want zo hoog zijn onze hoge schoenen niet
Baggeren bij de Geul
Devotie bij de Geul
Poëzie bij de Geul

MIJ, SCHAAP

Mij, schaap, overkomt niets dan wat de herder wil,
wat het gras wil, de lucht,
wat de dam en de groene overkant.

En ik tors mijn wol mee of het verlies van wol,
en ik kijk vol overgave uit mijn
vochtige ogen. Ik ben gelukkig met wat ik heb.

De tijd verstrijkt als gras, door mij,
en elk verzet is hol. De bomen ruisen zinneloos.

MARK BOOG

Gisteren zijn we weer aanbeland op wat inmiddels ons favoriete plekje in deze tijd van het jaar is. Op de helling van het Geuldal in Zuid-Limburg, in de buurtschap Hurpesch tussen Mechelen en Epen, waar we ook in deze coronatijd voldoende afgezonderd kunnen doorbrengen. Het worden weer een ruime twee weken met wandelen door de bossen en het heuvellandschap. En ook onze rust nemen.

Aan de voorzijde zicht op Epen

Want we hebben een woelige tijd achter de rug. En dan doel ik niet alleen op het corinavirus dat het leven al zolang in ernstige mate belemmert. De vrijwillige quarantaine duurt nu al zo’n tien maanden en het einde is nog niet in zicht. Tien maanden in en om het huis blijven, zonder veel bezoek over en weer, geen orgelconcerten of andere muziekuitvoeringen, steeds afstand houden tot je medemens en sinds kort je gezicht verbergen achter een masker. In sociaal en cultureel opzicht een karig bestaan. Met steeds die dreiging van toch besmet te raken. Dat aanhoudende hoge aantal dagelijkse besmettingen van 12000 op dit moment geeft mij zorgen: eens loop je bij dergelijke aantallen een besmet iemand tegen het lijf, omdat je even niet oplette of iets dergelijks. Los van deze narigheid ben ik de laatste tijd wat aan het kwakkelen geweest en kwam er niet veel uit mijn handen. Het gaat nu weer beter en ik hoop hier door rust en ontspanning verder op te knappen. Verder waren er zorgen om schoonzus Truus, waarover ik eerder al op dit weblog geschreven heb. Daar is gelukkig de grootste spanning wat afgenomen, al blijft ze enorm kwetsbaar en broos.

Aan de achterzijde Mechelen

Gisteren was ik jarig, mijn 74e dus. We hebben die dag gebruikt om hierheen te rijden, dus ‘vieren’ was er niet direct bij. Daar was het ook de dag niet naar, omdat aan het eind van de ochtend de uitvaart was van onze schoonzoon Arjan Hamberg. Hij werd slechts 50 jaar. We mochten er niet bij zijn; de relatie is al vele jaren geleden verbroken geworden. Ik had dus ook niet echt een ‘verjaardagsgevoel’. Onze dochter is nu weduwe en achtergebleven met twee alweer grote jongens. Een vreemd gevoel dat maar moeilijk wil landen. Die afstandelijkheid went nog veel minder dan die wegens het coronavirus. Nooit dus.

Vandaag de eerste wandeling gemaakt door de heuvels achter het vakantieverblijf. Genoten van het uitzicht over een zonbeschenen Geuldal. Dat deed goed. Ik sluit dit bericht af met een kerstgroet aan de lezers van dit weblog. We hopen met iedereen op een spoedige beteugeling van het coronavirus en dat we daarmee onze vrijheid terug krijgen. En de gezondheid behouden.

Kerst aan de Dinkel 2016

Diep in mij koester ik een licht,
een onuitwisbaar vergezicht,
dat steeds weer mijn verlangen voedt
en mij de morgen open doet.


Sytze de Vries
Uit: De mens en het Kind

Na al die maanden grotendeels thuis, in huis of in de tuin doorgebracht, als veilige plek in de coronapandemie die hevig is en nog lang gaat duren, als er dan een dierbare oom is overleden, 95 jaar oud waarbij je het idee had dat hij er altijd wel zal zijn, als er spanning is om medische controles en onderzoeken, als er zorgen zijn om zus en schoonzoon – dan wil je ineens maar naar buiten. Adem halen in de frisse wind, de horizon zien, de wijde lucht, ruimte. En als er dan windkracht 6 staat ga je naar de zee waar dat alles voorhanden is.

Reddingstation Westkapelle met de reddingboot

Zo kwamen we vanmiddag bij Westkapelle om te wandelen over de hoge duinen bij het reddingstation van de KNRM, de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Dat is een particuliere stichting voor het verlenen van hulp aan in nood verkerende mensen en schepen langs de Nederlandse kust. We komen er vaker, waarbij de deuren van het station altijd gesloten zijn. Vanmiddag echter niet en het was mooi om een blik te kunnen werpen op de reddingboot. Die van Westkapelle heet Uly, is 11 meter lang en is in 2003 geschonken door de Pronto stichting van de heer F.J. Plesman. De reddingboot heet naar zijn overleden echtgenote, mevrouw Uly Plesman-Vogel. Ik vind het wel een klein bootje, dat toch wel voor zijn taak berekend zal zijn.

Reddingstation Westkapelle

Daarna vol in de wind over de duinen naar de trap en beneden over de strandweg terug naar het reddingstation. De harde wind, de hoge golven tot wel 2 meter die een enorme branding veroorzaakten, de dreigende luchten met op zee oplichtende plekken door een even doorbrekende zon, het was heerlijk om zo uit te waaien.

Er was ook nog scheepvaart. Een kleine tanker voer deinend en met opspuitend water bij de boeg de Westerschelde uit. Een prachtig gezicht en ik had dus mijn camera niet voor niets meegenomen.

De Ardea nietig op de Westerschelde

Thuis zag ik op de foto’s dat de naam van het schip Ardea was. Inzoomend op de achterkant viel mijn oog op de vermelding van de thuishaven: Dordrecht. Dat deed mij goed, die stad was meer dan 60 jaar mijn thuishaven en ook Ans heeft er lang met mij gewoond.

De Ardea met windkracht 6 naar open zee, in de monding van de Westerschelde ter hoogte van Westkapelle

Vanwege dat Dordtse lijntje vind ik het leuk de gegevens van het schip ter vermelden, dat volgens de website MarineTraffic vanmiddag  op weg ging van Antwerpen naar Gunness aan de Trent, een zijrivier van de Humber in Midden Engeland:
Ardea, bouwjaar 2000, olie- en chemicaliëntanker, lengte 90m, breedte 12m, diepgang 4m, draagvermogen 2819 ton DWT, thuishaven Dordrecht.

Ik wens het een behouden vaart op de woelige zee.
En wij zijn opgefrist en uitgewaaid weer in onze veilige quarantainehaven.

We waren met vier kinderen, thuis in Dordrecht, ik was de oudste en Marien was mijn jongste broer, geboren op 15 oktober 1955. Toen hij ongeveer 1 jaar was begonnen er epileptische aanvallen. Het duurde een aantal jaren voor de doktoren erin slaagden met medicijnen de aanvallen te onderdrukken. Het kwaad was toen al wel geschied. De verstandelijke ontwikkeling van Marien was verstoord en ging niet verder dan het niveau van een zesjarige. Hij kon een beetje lezen en ook wel schrijven. Voor die vaardigheden had hij veel te danken aan zijn onderwijzer op de school voor Bijzonder Lager Onderwijs, meester Six Dijkstra, en ook aan zijn vrouw.

Ventje

Maar ondanks zijn verstandelijke beperkingen was hij ook een denker die met vragen en opmerkingen verrassend wijs uit de hoek kon komen. Daarnaast was hij vaak heel opgewekt en had een groot gevoel voor humor, altijd wel te porren voor een geintje. We hebben wat afgelachen samen. 

Ik was zijn grote broer aan wie hij zich spiegelde. Maar waaraan hij ook afmat dat er voor hem veel niet mogelijk was. Daar had hij het regelmatig moeilijk mee; hij besefte zijn beperkingen. Geen brommer op je 16e, niet de mogelijkheid om vanaf je 18e rijles te nemen en een rijbewijs te halen, zoveel andere dingen die voor zijn twee broers, zijn zus en zijn leeftijdgenoten wèl mogelijk waren. En toen kreeg ik verkering met Ans en hij voelde haarfijn aan dat zij me ‘mee zou nemen’, het huis uit, weg van hem. Hij liet dat ook merken, wilde op de bank steeds tussen ons in zitten en liet op allerlei manieren blijken dat hij er niet van gediend was. Maar dat is goed gekomen, niet in het minst doordat Ans wel wist hoe ze hiermee om moest gaan.

Marien beheert het receptieboek op onze bruiloft (nov 1969)

Marien en ik waren allebei muzikaal en hadden een gedeelde liefde voor het orgel. Samen gingen we van tijd tot tijd een middag naar Spiering om een lp uit te zoeken en daarna ijs of gebak eten in de lunchroom van bakkerij Vlot op het Bagijnhof. Ook voor andere aankopen wandelden we van het gezinsvervangend tehuis Huize Singelborgh waar hij woonde naar het centrum van Dordt met meestal een afsluiting bij bakkerij Vlot. 

Hij vond het fijn dat ik hem de eerste beginselen van het orgelspel bijbracht. Dat heeft hij later met echte orgelles verder ontwikkeld. En hij speelde marimba in het DSW-orkest dat later verder ging onder de naam Musica.

Hij was een doordouwer, die uiteindelijk toch een brommer kocht, waarmee hij in en buiten de stad zich onvervaard in het verkeer stortte, gelukkig steeds met een engel achterop die hem behoedde voor onheil. Verre reizen heeft hij gemaakt, zoals vakanties in Spanje en Zwitserland. Daar stuurde hij dan kaarten vandaan die vaak aankwamen, wat voor ons dan wel een wonder was gezien zijn onbeholpen handschrift. Soms kwamen ze niet aan…

Vent

Hoogtepunt was zijn reis naar Israël, samen met bewoners van gezinsvervangende tehuizen uit Dordrecht en omgeving. Marien was diepgelovig, onvoorwaardelijk.

Stevig gebouwd en sterk, daarmee goed toegerust voor het werk in plantenkassen en plantsoenendienst vanuit de Dienst Sociale Werkvoorziening van de gemeente Dordrecht en de latere voortzetting daarvan in het regionale Drechtwerk.

Twee broers betrapt

En toen werd hij ziek, eerst vage griepachtige klachten overgaand in ernstiger problemen met uiteindelijk uitval van organen. Het bleek een niet te genezen auto-immuunziekte die in 6 weken de sterke eik velde. Hij overleed op 7 juni 1998, 42 jaar oud.

Vandaag zou Marinus Willem Tempelaar 65 jaar zijn geworden. Zijn graf op de Essenhof in Dordrecht is inmiddels geruimd. Zijn nagedachtenis draag ik altijd in liefde met mij mee.