Zuiderend

Wat ook een begin kan zijn

We waren met vier kinderen, thuis in Dordrecht, ik was de oudste en Marien was mijn jongste broer, geboren op 15 oktober 1955. Toen hij ongeveer 1 jaar was begonnen er epileptische aanvallen. Het duurde een aantal jaren voor de doktoren erin slaagden met medicijnen de aanvallen te onderdrukken. Het kwaad was toen al wel geschied. De verstandelijke ontwikkeling van Marien was verstoord en ging niet verder dan het niveau van een zesjarige. Hij kon een beetje lezen en ook wel schrijven. Voor die vaardigheden had hij veel te danken aan zijn onderwijzer op de school voor Bijzonder Lager Onderwijs, meester Six Dijkstra, en ook aan zijn vrouw.

Ventje

Maar ondanks zijn verstandelijke beperkingen was hij ook een denker die met vragen en opmerkingen verrassend wijs uit de hoek kon komen. Daarnaast was hij vaak heel opgewekt en had een groot gevoel voor humor, altijd wel te porren voor een geintje. We hebben wat afgelachen samen. 

Ik was zijn grote broer aan wie hij zich spiegelde. Maar waaraan hij ook afmat dat er voor hem veel niet mogelijk was. Daar had hij het regelmatig moeilijk mee; hij besefte zijn beperkingen. Geen brommer op je 16e, niet de mogelijkheid om vanaf je 18e rijles te nemen en een rijbewijs te halen, zoveel andere dingen die voor zijn twee broers, zijn zus en zijn leeftijdgenoten wèl mogelijk waren. En toen kreeg ik verkering met Ans en hij voelde haarfijn aan dat zij me ‘mee zou nemen’, het huis uit, weg van hem. Hij liet dat ook merken, wilde op de bank steeds tussen ons in zitten en liet op allerlei manieren blijken dat hij er niet van gediend was. Maar dat is goed gekomen, niet in het minst doordat Ans wel wist hoe ze hiermee om moest gaan.

Marien beheert het receptieboek op onze bruiloft (nov 1969)

Marien en ik waren allebei muzikaal en hadden een gedeelde liefde voor het orgel. Samen gingen we van tijd tot tijd een middag naar Spiering om een lp uit te zoeken en daarna ijs of gebak eten in de lunchroom van bakkerij Vlot op het Bagijnhof. Ook voor andere aankopen wandelden we van het gezinsvervangend tehuis Huize Singelborgh waar hij woonde naar het centrum van Dordt met meestal een afsluiting bij bakkerij Vlot. 

Hij vond het fijn dat ik hem de eerste beginselen van het orgelspel bijbracht. Dat heeft hij later met echte orgelles verder ontwikkeld. En hij speelde marimba in het DSW-orkest dat later verder ging onder de naam Musica.

Hij was een doordouwer, die uiteindelijk toch een brommer kocht, waarmee hij in en buiten de stad zich onvervaard in het verkeer stortte, gelukkig steeds met een engel achterop die hem behoedde voor onheil. Verre reizen heeft hij gemaakt, zoals vakanties in Spanje en Zwitserland. Daar stuurde hij dan kaarten vandaan die vaak aankwamen, wat voor ons dan wel een wonder was gezien zijn onbeholpen handschrift. Soms kwamen ze niet aan…

Vent

Hoogtepunt was zijn reis naar Israël, samen met bewoners van gezinsvervangende tehuizen uit Dordrecht en omgeving. Marien was diepgelovig, onvoorwaardelijk.

Stevig gebouwd en sterk, daarmee goed toegerust voor het werk in plantenkassen en plantsoenendienst vanuit de Dienst Sociale Werkvoorziening van de gemeente Dordrecht en de latere voortzetting daarvan in het regionale Drechtwerk.

Twee broers betrapt

En toen werd hij ziek, eerst vage griepachtige klachten overgaand in ernstiger problemen met uiteindelijk uitval van organen. Het bleek een niet te genezen auto-immuunziekte die in 6 weken de sterke eik velde. Hij overleed op 7 juni 1998, 42 jaar oud.

Vandaag zou Marinus Willem Tempelaar 65 jaar zijn geworden. Zijn graf op de Essenhof in Dordrecht is inmiddels geruimd. Zijn nagedachtenis draag ik altijd in liefde met mij mee.

Gisteren was Truus jarig en ze werd 67 jaar. Truus is mijn schoonzus en ze woont in de Plataan, een intensieve zorglocatie van de Stichting Philadelphia Zorg aan de rand van Vierhouten bij Nunspeet. Bij de geboorte van Truus was haar levensverwachting laag. Het is dus heel bijzonder dat ze deze leeftijd heeft bereikt. Daarom reden Ans en ik gisteren graag naar Vierhouten om dit heugelijke feit met haar, de andere bewoners van haar groep en de leiding te ’vieren’. Hoewel Truus zelf geen enkel besef heeft van tijd, leeftijd en verjaardag. Voor ons was het opnieuw een bijzondere verjaardag, zoals we er al vele met Truus beleefd hebben, jaar op jaar méér bijzonder naarmate de teller oploopt.

Truus krijgt van Ans haar verjaardagstractatie: aardbeientaart.

Truus behoort tot de mensen met een ernstige meervoudige beperking (EMB). Zij heeft het syndroom van Down en een zeer laag verstandelijk niveau. Praten heeft zij bijvoorbeeld nooit gekund evenals bijna alles wat voor ons normale vaardigheden zijn.

Truus wordt al vele jaren liefdevol verzorgd door een zeer toegewijde groep zorgverleners, de begeleiders, door ons doorgaans aangeduid met ‘de leiding’. De Plataan is een woonlocatie op het terrein Halfweg bij Vierhouten waar meerdere groepen met diverse vormen van ernstige beperkingen verzorgd worden. 

Als het in de media over ’de zorg’ gaat wordt vaak vooral gedacht aan de puur medische zorg. Maar er is ook een vorm van zorg die nauwelijks in beeld komt, buiten het brandpunt van nieuws en aandacht blijft, zoals hier bij Truus in de eindeloze bossen van de Veluwe. En ook hier is strijd geleverd tegen de pandemie, om de meest kwetsbare en hulpbehoevende mensen in onze samenleving te behoeden voor besmetting, ziekte en dood.

De jarige

Een paar dagen geleden heeft Erik, één van de verzorgers van Truus, een filmpje laten opnemen waarin hij samen met haar iets wil laten zien van het werk dat hij doet. En wij als familie zijn natuurlijk trots dat onze Truus op deze leeftijd nog in een filmpje op YouTube acteert, voor de hele wereld zichtbaar op internet. Zonder het te beseffen laat ze daarmee zien hoe er voor haar en voor de vele andere mensen met een beperking dag en nacht met hart en ziel gezorgd wordt.

Juist om deze ’performance’ van haar was het dit keer een heel bijzondere verjaardag.

Twee zussen
(2019)

De zomer loopt geleidelijk op zijn eind. Het wordt vroeger donker en de temperatuur glijdt naar een lager niveau. Het kan in september dan nog wel eens goed warm zijn, voorlopig ervaar ik het naderen van de herfst.

Het was een bijzondere zomer. Allereerst natuurlijk vanaf begin maart de coronapandemie met de opgelegde beperkingen. Die wij goed naleefden wegens het behoren tot de kwetsbare groep. Daarnaast werd Ans vanaf december steeds zwakker en zieker tot eind juli een operatie daarin een keer ten goede bracht. En ik onderging in mei en juni een pittige behandeling van mijn hoofd om een nieuwe huid te laten ontstaan die vrij van huidkanker is of zou moeten zijn.

In al die maanden van thuisquarantaine met stilte en isolement en een beetje eenzaamheid waren we heel blij met de tuin. In het voorjaar schreef ik al over de grotere aandacht die we eraan konden besteden nu we thuis moesten blijven. Dat heeft zich heel de zomer door uitbetaald in de vorm van veel mooie bloemen en vruchten. Ans weet wel hoe ze dat voor elkaar moet krijgen. En ik heb als chef van het gras ook mijn best gedaan en het kleine gazon kreeg ten lange leste dan ook de allure van een biljartlaken.

Van al dat troostende schoons tijdens ons pittige voorjaar en dito zomer neem ik in deze bijdrage een selectie op. 
Als een kleine bloemlezing.

Oase in coronatijd
Fuchsia
De uitbundig bloeiende klimroos
Petunia en bloeiende Hosta in potten bij de voordeur
Roos

Inmiddels gaat het ons beter. Het herstel van ingreep en behandeling zet door. Wel blijven we veel thuis omdat het coronavirus nog steeds niet bedwongen is en we ons vaak niet veilig voelen op drukke plaatsen. En die zijn er teveel onder de huidige omstandigheden.
Maar plannen om iets te ondernemen zijn er inmiddels weer. 

Een groepsreis naar Rome is inspannend. Een week lang zwierven we met de groep door de stad, geleid door een voortreffelijke gids. Midden in de week zat er ook nog een busreis naar Pompeï in het programma.
Naast inspannend was het ook een gezellige reis met leden van de kerkelijke gemeenten De Bron in Dordrecht en De Wijnstok in Dubbeldam. De reisleider was onze wijkpredikant ds. Ben Heijting.
Vol indrukken over het veelkleurige, veelvormige roomse leven dat in vele eeuwen een belangrijk stempel op die grote en drukke stad heeft gezet, kwamen we thuis. Dat was in juni 2008. 

Rome, bij de Trevifontein

Voor juli stond de gebruikelijke trektocht met de caravan op het programma. Vanwege een mee te vieren 50-jarig huwelijksfeest hadden we besloten om in Nederland te blijven. Bovendien hadden we al een intensief portie buitenland gehad. We kwamen terecht op camping ’t Meulenbrugge bij Vorden in de Achterhoek, een boerderijcamping met grote plaatsen en veel rust. En daarna zouden we wel zien.

Op camping ’t Meulenbrugge

Eerst maar eens in de buurt rondkijken. Vanaf de camping hadden we zicht op een mooie kerktoren en als kerk- en orgelliefhebber wilde ik daar wel eens kijken. Dat bleek anders te liggen. Het gebouw was sinds 1999 niet meer in gebruik als kerk, het is een museum. Wel passend: een Museum voor Heiligenbeelden. Door de toen al gaande zijnde kerksluitingen werden steeds meer heiligenbeelden overtollig. Of overbodig, dat weet ik niet precies, misschien geldt dat niet voor heiligen. Vernietigen doe je niet zo gauw en er kwam een museum voor, in de leegstaande Kerk op de Kranenburg.

De kerk heet de Antoniuskerk en is ontworpen door de befaamde architect Pierre Cuypers (1827-1921), de man die naast heel veel kerken het Rijksmuseum en het Centraal Station van Amsterdam heeft ontworpen. De kerk dateert uit 1856 en is in neogotische stijl gebouwd. Bijzonder is dat Pierre Cuypers ook de kas van het orgel ontworpen heeft, in dezelfde stijl.
Wij erheen en we troffen een kerkruimte vol met beelden, of we weer even in Rome waren, met zelfs voor een destijds stevige protestant als ik bekende beelden. Franciscus en Clara van Assisi, Antonius van Padua en Ignatius de Loyola, Theresa van Avila – de grote jongens en meisjes, zeg maar. En Moeder Maria natuurlijk, in meerdere gedaanten, al dan niet met kind. Daarnaast veel meer beelden en ook kerkelijke voorwerpen als crusifixen, wierookvaatjes en kandelaren.
En ergens daartussen een wat onooglijk uitziend mannetje, met halflange grijze haren. Ik zag hem maar ging aan hem voorbij, zonder een foto te maken.

Heel interessant en ook wel mooi allemaal, ook voor doorgewinterde protestanten. Je voelde als je er tussendoor liep ook wel devotie, die beelden verbeeldden ook wat, geloofsijver, geloofstrouw, overgave. Dat bestaat ook wel in het protestantisme, maar deze mensen, deze heiligen waren verder gegaan, soms heel ver. En dan nu zonder functie in een buiten gebruik gestelde kerk in het dorpje Kranenburg, om bekeken te worden door vakantiegangers en dagjesmensen.
In zo’n kerkruimte klinkt ook geen gezang meer. Dat kunnen beelden niet en levende mensen zijn er zwijgend of gedempt pratend. Het orgel in deze kerk zwijgt dan ook, lijkt ook niet meer tot ’spreken’ in staat. Het zag er wat verwaarloosd uit. Op meerdere websites is ook nu nog te lezen dat het orgel in slechte staat verkeert.

En toen begon het te regenen. Een dag, nog een dag. Het gas was ineens op. Naar Lochem voor een nieuwe gasfles en nog wat spulletjes. In de kampeerwinkel zagen we op televisie de Tour de France in de Provence, in de zon. Eer we thuis waren was de beslissing gevallen. Afbreken en naar het zuiden.

Tussenstop op de Camping Municipal bij Maçon

Een paar dagen later waren we op de ons uit de tentkampeertijd met de kinderen bekende camping in Valbonnais, nadat de Xantia met bijna kokende motor ons met de caravan vanaf Le Bourg-d’Oisans nipt over de Col d’Ornon had weten te krijgen. De beloning was er: zon en bergen. Na een paar wandelingen begon de zool van mijn bergschoen los te laten. Dat was voor mij een mooie aanleiding voor een fietstocht naar de schoenmaker in La Mure, 25 km terug het dal van de Bonne uit. Terwijl die mijn schoen lapte, liep ik met de fiets aan de hand door het plaatsje en belandde bij de kerk, de Notre-Dame de l’Assomption. Even naar binnen, naar het orgel kijken. En toen zag ik een bekende. En mannetje met halflang grijs haar. Een heilige waarvan ik het beeld toch had opgeslagen, al was ik er in Kranenburg achteloos aan voorbij gelopen. Hij stond daar in de kerk en zijn naam stond aan zijn voeten: Curé d’Ars. Dus híj was het. Het was toch wel apart dat ik als protestant diep in Frankrijk een onbekende heilige herkende. Daar stond ik toch wel even van te kijken. Wat was dat voor een man?

Pastoor van Ars in La Mure
Pastoor van Ars in La Mure

Dat zocht ik natuurlijk op. Later thuis dan, want in 2008 was er nog geen camping met wifi en ik had nog geen laptop. Voor deze bijdrage heb ik mij er nog maar eens goed in verdiept.

Jean Marie Baptiste Vianney is op 8 mei 1786 geboren in Dardilly, een dorp net ten noorden van Lyon. Hij was het vierde kind in een boerengezin en toonde al in zijn vroege kinderjaren een opvallende gevoeligheid voor alles wat hij van godsdienst in zijn omgeving zag gebeuren. Tot zijn negende jaar bezocht hij geen school. Zijn oudere zus leerde hem de letters en zo kon hij een beetje lezen. Later op school maakte hij goede vorderingen en de meester bewonderde de wijze jongen, die zich altijd onberispelijk gedroeg en om zijn geestig woord en beminnelijke manieren overal welkom was. Reeds op deze leeftijd toonde Jean-Marie een oprechte liefde voor armen en gebrekkigen.

Vanaf zijn dertiende werkte hij volledig mee in het boerenbedrijf van zijn ouders. ’s Avonds verdiepte hij zich in godsdienstige boeken door te lezen en te bidden bij kaarslicht. Op zijn zeventiende sprak hij de wens uit om priester te worden. Door tien jaar schrikbewind vanuit de Franse Revolutie waren vele geestelijken gevallen onder de guillotine en er was, nu de godsdienstvrijheid was hersteld, een groot gebrek daaraan. Het hoge ideaal scheen bijna onbereikbaar voor de boerenarbeider die in zijn korte schooltijd niet veel meer dan lezen en schrijven had geleerd. Toen hij op zijn negentiende werd toegelaten tot de priesterschool in het naburige dorp, bleek zijn gebrekkige opleiding en kennis een voortdurende bron van zorg, een regelrechte beproeving. Na een onderbreking van enkele jaren wegens militaire dienst, die hij ontliep omdat hij te laat was toen zijn onderdeel naar Spanje vertrok en hij als ongewild deserteur onderdook in een dorpje in de Cévennen, zette hij op zijn vijfentwintigste de opleiding voort. Hij bleek nog weinig ontvankelijk voor de studie van het Latijn maar riep bewondering af door zijn levensstijl vol ascese en opofferende liefde. In 1812 ging hij naar het klein-seminarie, waar hij de lessen filosofie niet kon volgen omdat die in het Latijn werden gegeven. Hij dreigde van de opleiding verwijderd te worden, maar met veel hulp en tegemoetkoming aan zijn beperkingen kon hij een gunstig eindoordeel verwerven. Hij was een toonbeeld van vroomheid en, zo oordeelde de examinator, ”God zal het overige doen”.

Na aanvullende vakken kon hij in 1815 tot priester worden gewijd in Grenoble. Te voet ging hij erheen. Het werd een stille wijding, zonder glans of glorie, zonder familie en met slechts een paar aanwezigen. Na een paar jaar als kapelaan te hebben gediend in de buurt van zijn geboortedorp volgde in 1818 de benoeming tot pastoor van Ars, een dorp 30 km noordelijker gelegen.

De pastoor was twee en dertig jaar oud, maar hij leek al vijftig: bleek en vaal van huid, uitstaande jukbeenderen en ingevallen wangen; klein van gestalte, mager en hoekig als een boer, die zich zijn leven heeft afgebeuld met de spade op het land; lomp van gang op zware werkmansschoenen en gekleed in het grofste zwarte laken, dat al groen werd: maar wel al helemaal de geestelijke, onverschillig voor al het aardse; de nederige als een eenzame in zich zelf gekeerd, maar met een oog vol diepe brandende innerlijkheid.

Pastoor van Ars door Émilien Cabuchet, marmer, 1865 [Foto: Andreas König]

In Ars wist hij door zijn preken, zijn vroomheid en zijn roep van heiligheid velen tot geloof en boetvaardigheid te brengen. Hij bekommerde zich om de armen en gaf alles weg. Uit heel Frankrijk kwamen mensen om bij de Pastoor van Ars te kunnen biechten.

Hij stierf in Ars op 4 augustus 1859. Hij werd in 1905 zalig verklaard en in 1925 door paus Pius XI heilig verklaard. In Ars-sur-Formans is aan het eind van de 19e eeuw een basiliek gebouwd (Sanctuaire d’Ars) en er is een straat naar hem vernoemd. Zijn huisje is museum als onderdeel van het Musée de cire, La vie du Saint Curé d’Ars. Tegenwoordig trekt het dorpje 450.000 pelgrims per jaar.

Dat was hem dus, een bijzondere man. Ik was nog niet van hem af.

We stonden heerlijk ruim op de camping bij Valbonnais
Wandelen in de bergen is zo fantastisch

Zuid-Frankrijk is tientallen jaren de favoriete vakantiebestemming van ons geweest. Ook in 2011 gingen we er weer heen, naar wat toen ons lievelingsplekje was. Camping l’Olivier in Junas, een piepklein dorpje in de Garrigues, de rotsige doornige streek tussen de Cévennen en de kustvlakte van de Middellandse Zee, met overal wijngaarden. De centrale plaats is daar Sommières. Een mooi stadje met een beroemde markt, overwelfde straatjes en de oude brug over de Vidourle. Voor onze inkopen moesten we daar ook zijn, bij de grote supermarkt Intermarché, andere winkels en ook de markt. In al de jaren dat we in deze streek waren hadden we nog nooit een wandeling door het stadje gemaakt. Dit jaar dachten we eraan en we fietsten erheen, het was maar 7 km over het voormalige spoorwegtracé dat nu een schitterend fietspad is. En ergens in de nauwe en soms steile straatjes kwamen we bij de kerk, de Église Saint Pons. Binnen troffen we, zonder dat we daar vooraf aan gedacht hadden, een bekende. Jazeker, ook hier was een beeld van de pastoor van Ars. Anders dan op de andere plaatsen en toch ook hetzelfde: een kleine vriendelijke man met een door ascese getekend gezicht en halflange grijze haren. Hier stond ik toch wel even bij stil.

Pastoor van Ars in Sommières

Sinds ik begin jaren ’90 van de vorige eeuw een vaste aanstelling kreeg als organist van de Petruskapel in Dordrecht, ben ik lid van de organistenvereniging. Toen ik in 2010 naar Zeeland verhuisde ging ik meedoen met de provinciale afdeling daar en kwam er in 2013 in het bestuur als secretaris. De vereniging heette inmiddels na een fusie KVOK en dat is nog steeds de naam. Tot de activiteiten behoort jaarlijks een excursie naar een paar orgels en zo was er in 2013 de excursie naar Goes. Na een bezoek aan de Grote of Maria Magdalenakerk waarin het grote Marcussenorgel met de Turkse kap, staken we over naar de rooms-katholieke kerk met dezelfde naam. En terwijl de deelnemers speelden met en op het orgel, kwam bij mij ineens de vraag op of hier misschien ook een beeld van de Pastoor van Ars zou staan. Een zoektocht door de kerk leverde niets op. Toen maar nagevraagd bij de koster. Er stond geen beeld maar op één van de muren was een grote verzameling heiligen afgebeeld. Daar zou de pastoor van Ars tussen zitten. Inderdaad was daar temidden van een wolk van heiligen, engelen en prelaten zijn gezicht, duidelijk herkenbaar. Hij is dus ook in Zeeland.

Pastoor van Ars in Goes

In september 2015 kampeerden we bij Éperleque, een dorp in de buurt van Calais. Het nabijgelegen Saint-Omer heeft een grote kathedraal, de Notre-Dame. Die moest ik natuurlijk bekijken en wat trof ik daar tot mijn verrassing behalve een imposant orgel van de beroemde bouwer Cavaillé-Coll? Juist, ook hier een standbeeld van de Pastoor van Ars. Dit beeld heeft wat weg van het monument dat Émilien Cabuchet in 1865 van hem maakte, een zeer gevoelig portret in marmer. Grote devotie spreekt uit beide beelden.

Pastoor van Ars in Saint-Omer

Sindsdien heb ik de Pastoor van Ars niet meer gezien. Misschien komt dat doordat sinds een jaar of zeven de kerk bij mij buiten beeld is geraakt. Na in mijn leven meerdere kerkelijke twisten en scheuringen te hebben meegemaakt, was heibel in de kerk van Middelburg toen wel de druppel die de emmer deed overlopen. Mede daardoor is ook het besef ontstaan dat het instituut kerk enigszins verwijderd is geraakt van hoe het oorspronkelijk bedoeld is. Wat ik daarmee bedoel blijkt misschien het beste uit het leven van de Pastoor van Ars. Volop aandacht voor het wezen van zijn medemens, met barmhartigheid, ruimte biedend, opofferend, troostend en verzoenend. Dat zijn noties die er in de kerk maar bekaaid vanaf komen; behoudzucht, rechtzinnigheid in de leer en egotripperij voeren te vaak de boventoon. Ook de rooms-katholieke kerk kan daar een houtje van, trouwens.
Het is zo simpel om af te haken. Je stopt met een gewoonte en vervolgens is er geen haan die er naar kraait. Een geloofsgemeenschap is een papieren begrip. 
Dat het anders moet en anders kan, is gebleken uit het leven van de Pastoor van Ars, de eenvoudige man van het boerenland. Die de eis van intellectualisme overwon door geloof en vroomheid en zichzelf wegcijferde. Nog steeds wordt zijn dorp Ars-sur-Formans met de basiliek en het aan hem gewijde museum bezocht door duizenden mensen.
Zo was zijn herhaalde verschijning in mijn leven uiteindelijk, ook door me er voor deze bijdrage in te verdiepen en het op te schrijven, verhelderend.
Een onooglijke man bleek een heilige.

Foto uit het boek van Emile Erens.

Bronnen:
Emile Erens, De Pastoor van Ars, tweede druk, Hilversum 1937
Wikipedia
Diverse websites

Zoals ik al eerder op dit weblog aangaf, ben ik altijd een liefhebber van geschiedenis geweest. Op school was het één van mijn favoriete vakken. Dat begon al op de lagere school met Bijbelse Geschiedenis en Vaderlandse Geschiedenis. Op de middelbare school trof ik alle jaren de beste geschiedenisleraar die je je maar kunt wensen, drs. T.M. (Titus) Gilhuis. Wat kon die man boeiend vertellen en altijd verbanden laten zien met de tijd waarin we leefden. Dat is voor mij een belangrijk aspect van geschiedenis: met behulp daarvan inzicht proberen te krijgen in hoe de huidige wereld in elkaar zit. Het laat de ontwikkeling van de mensen zien, hun denken en gedrag en hun opvattingen. Dat interesseerde mij vooral ook omdat ik ben opgegroeid in een milieu met een religieus-traditionele levensstijl, waarbij bestaande machtsstructuren als van God gegeven worden beleefd. Kennis van geschiedenis kan daarop een verrassend ander licht werpen.

Dordrecht, molen Kijck over den Dijck, de enig bewaarde molen van de stad, daterend uit 1713

Dordrecht, de stad waar ik ben geboren en het grootste deel van mijn leven heb gewoond, is er een met een lange en rijke historie. Daarin heb ik mij in de loop der jaren uitgebreid verdiept en ik vond het altijd boeiend te zien hoe mensen, samenleving en stad zich ontwikkelden. En ook hoe vernuftig men eeuwen terug al was; een mooi voorbeeld daarvan vind ik eeuwenoude molens en kathedralen. 

Toen 10 jaar geleden Ans en ik naar Middelburg verhuisden, een stad met net zo’n lange en bewogen geschiedenis, ben ik mij ook al snel gaan bezighouden met de geschiedenis, niet alleen van de stad maar ook van het landschap en hoe Walcheren in zijn huidige vorm en voorkomen is ontstaan. Geregeld nam ik boeken mee uit de bibliotheek, kocht er ook een aantal en werd lid van het Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen en de Heemkundige Kring Walcheren.

Ook hier was het verrassend uit de geschiedenis te leren hoe leven en samenleven zich ontwikkeld hebben en daarmee begrip te krijgen van waarom dingen hier zijn zoals ze zijn. Dit geldt voor de steden, de dorpen en het landschap van Walcheren en ook de andere (schier-)eilanden met het ‘continentale’ Zeeuws-Vlaanderen waaruit Zeeland bestaat.

Laatst nam ik nog weer eens een fotoboekje mee uit de bibliotheek. Het betrof een bundel ansichtkaarten met foto’s van Middelburg van ongeveer een eeuw geleden. Al bladerend stuitte ik op een plaatje dat mij verraste. Op een foto van de Lange Delft, volgens het onderschrift uit 1920, zag ik de pui van een winkel van de fa. M. Spiering uit Dordrecht. ”Is er hier in Middelburg een vestiging van Spiering geweest?”, vroeg ik mij natuurlijk meteen af.

Bladzijde uit “Middelburg zoals het was” van Willy Leijnse, uitg. Slingenberg Boekproducties Hoogeveen, 2002.

Spiering in Dordrecht was een grote en vooraanstaande muziekwinkel, in 1890 gevestigd door Machgiel Spiering (1868-1926). De activiteiten betroffen het verkopen, ruilen of repareren van ”automatische muziekinstrumenten, speeldozen, violen, zithers, mandolines, banjo’s en harmonica’s”.
Later werd Spiering ook orgelbouwer en pianoverkoper. In de topperiode had de afdeling orgelbouw 20 mensen in dienst. De werklijst omvat ruim 80 instrumenten. Machgiel Spiering startte in 1910 met de orgelbouw. Rond 1930 werd het bedrijf van Harmannus Thijs overgenomen die de orgelmakerij van Van Oeckelen had voortgezet. Het laatste orgel werd in 1967 opgeleverd, een tweeklaviers instrument in kerkgebouw De Bron in Amsterdam.

De winkel van Spiering aan de Voorstraat in Dordrecht 1928/32. Rechts van de ingang de verkoop van bladmuziek en kleine instrumenten. De drie linkerramen zijn van de showroom waar de vleugels, piano’s, harmoniums en later de electronische orgels werden verkocht.
Beeldbank Regionaal Archief Dordrecht, foto H.G. Beerman

Al jong werd ik een vaste klant van de platenafdeling. Toen ik een jaar of 14 was kocht ik er mijn eerste langspeelplaat, een 25 cm lp van Feike Asma op het orgel van de Oude Kerk in Amsterdam. Mijn tweede plaataankoop was een 30 cm lp met de Vijfde Symfonie van Widor, een legendarische opname eveneens van Feike Asma op dat prachtige orgel. Het was een rib uit mijn lijf, 22 gulden kostte hij en thuis kreeg ik op mijn kop omdat ik zoveel geld voor een grammofoonplaat had uitgegeven. Veel lp’s en later ook cd’s volgden in de loop der jaren en ook mijn Ahlborn orgel kocht ik er.

Natuurlijk ben ik gaan uitzoeken wanneer die winkel in Middelburg is geopend en hoelang hij heeft bestaan. Want nu is hij er niet meer. Ik zocht er ook naar omdat er een genealogische connectie bestaat tussen de Tempelaar stamboom en de familie Spiering. Van mij uit bezien zijn zij er een zijtakje van omdat een kleindochter van oprichter M. Spiering trouwde met mijn vader’s jongste broer. Mijn tante is nu 90 en ik heb haar naar de winkel gevraagd. Zij kon zich niets herinneren van het bestaan van een winkel in Middelburg noch dat daarover werd gesproken.

De Zeeuwse krantenbank bracht opheldering. In de Middelburgsche Courant van 21 september 1928 stond onderstaande advertentie:

Middelburgsche Courant 21 september 1928 p.2
ZB Krantenbank Zeeland

Ook trof ik een artikeltje aan waarin de fa. Spiering werd geïntroduceerd en de winkel een aanwinst voor de stad werd genoemd.
Opvallend is dat M. Spiering hier in feite ten tonele wordt gevoerd terwijl hij in 1926 is overleden. Het bedrijf werd voortgezet door zijn zonen Wijnand Pieter (1900-1960) en Pieter Wijnand (1904-1972) waarbij zich later Machgiel (Max) (1917-1985) voegde.

Middelburgsche Courant 22 september 1928 p.9
ZB Krantenbank Zeeland

Bijzonder vond ik het dat door deze winkel veel aandacht werd geschonken aan een nieuw, heel ’modern’ fenomeen: de grammofoon. Uit de advertentie blijkt dat de firma de alleenverkoop voor Zeeland had van ’de meest moderne machines van His Master’s Voice’ en daarbij een uitgebreide keuze in platen. Zij trok ermee de provincie in om demonstraties te geven met deze ’gramophones’. Voor velen moet het een sensatie zijn geweest om op die manier naar muziek te luisteren. 

Middelburgsche Courant 18 oktober 1928 p.4
ZB Krantenbank Zeeland

De gramophone was eind 19e eeuw uitgevonden door de elektrotechnicus Emile Berliner (1851-1929). Het patent erop dateert uit 1887. Hij vond ook de grammofoonplaat uit.
In 1897 werd de Britse platenmaatschappij The Gramophone Company opgericht. Die kocht in 1899 het beeldmerk van het hondje Nipper luisterend voor de hoorn van de gramophone. Het was ontworpen en oorspronkelijk geschilderd door de Britse kunstenaar Francis Barraud (1856-1924). The Gramophone Company ging platenspelers en grammofoonplaten verkopen onder het merk His Master’s Voice met dit logo. In Zeeland had Spiering dus het alleenverkooprecht van een voor die tijd hypermodern muziekapparaat voor in de huiskamer.

Naast het verzorgen van demonstratieavonden in de provincie presenteerde de fa. Spiering zich nadrukkelijk in het maatschappelijk leven. Zo lees ik in de kranten dat filmavonden en clubfeesten werden opgeluisterd met muziek van door Spiering beschikbaar gestelde gramophoneplaten. Of ze verzorgde de muziek zelf. In de Middelburgsche Courant van 17 februari 1930 is bijvoorbeeld het volgende te lezen:

Zaterdagavond had zich de groote Schuttershofzaal geheel gevuld met belangstellenden in het eerste jaarfeest van de vereeniging van leerlingen der Middelburgsche Mulo Meisjesschool, genaamd De Kubieke Meter, (MxMxM).

Er volgt een uitgebreid verslag van het geboden programma. Aan het eind staat dan de volgende alinea:

De avond werd verder gevuld met versterkte gramofoonmuziek, geleverd door de firma Spiering. De versterking was o.i. zelfs voor de groote zaal wel wat al te goed. Iets minder harde muziek was zeker beter tot haar recht gekomen.

Ook manifesteerde de fa. Spiering zich op de Bektem II, een Internationale Bakkerijtentoonstelling in het Schuttershof te Middelburg, waar de stand zelfs in de prijzen viel. In de Middelburgsche Courant van 9 juli 1929 wordt verslag gedaan van een rondgang langs de stands. Over die van de fa. Spiering werd het volgende gemeld:

De zaal verlatende, nemen wij eerst een kijkje bij de stands onder de veranda en dan wel allereerst in dien van de firma M. Spiering te Dordrecht en Middelburg, die nu wel niet precies een artikel kan brengen uitsluitend het engere doel der tentoonstelling betreffende, maar wier piano’s en orgels en niet het minst haar gramaphone’s, pathephone’s en verdere mechanische en veelal electrisch gedreven muziek voortbrengende machines, hier zeer welkom zijn, omdat zij kunnen zorgen dat exposanten en bezoekers steeds muziek hebben.
Het is nog niet zoo lang geleden dat wij over deze firma schreven, en als wij dan ook mededeelen, dat zij hier het beste van het beste heeft gebracht, dan weet men zeker ook van dezen stand wat te kunnen medenemen. De firma heeft bovendien een radio-installatie opgesteld, die door luidsprekers op verschillende plaatsen in den tuin, doet hooren wat Hilversum, Huizen of de buitenlandsche stations door den aether tot ons zenden.

In de beschrijving wordt melding gemaakt van een radio-installatie. Wat dat zou kunnen inhouden in die tijd, de jaren 1920-’30 blijkt misschien uit onderstaande indrukwekkende foto die ik in het Regionaal Archief Dordrecht aantrof.

Opstelling van radio’s (New Edison), luidsprekers en gramofoonplatenspelers bij muziekhandelsfirma M. Spiering op de Voorstraat.
Beeldbank Regionaal Archief Dordrecht

Er verschenen meerdere malen berichten in de kranten dat de orgelbouwafdeling ergens in het land weer een aantal opdrachten had verworven. Hierbij werd de firma aangeduid als Electrische Orgelfabriek M. Spiering te Dordrecht-Middelburg. Integratie alom, zou je zo zeggen.

Of de verkoop niet succesvol was omdat de Zeeuwen de kat uit de boom keken, of dat er andere oorzaken waren, het is mij niet bekend en ik heb het niet terug kunnen vinden. Feit is dat er in september 1933 plotseling advertenties in de kranten verschenen in verband met een liquidatie-uitverkoop. Nergens heb ik een bericht gevonden waarin melding werd gemaakt van het sluiten van dit filiaal en de reden daarvan. Ook heb ik niets gevonden over de filiaalhouder Herman Sukkel. 
De winkel heeft dus slechts vijf jaar bestaan en kwam met deze uitverkoop tot een roemloos einde. De firma Spiering trok zich terug op het Dordtse eiland en er werd kennelijk in de familie niet meer over gesproken.

De Zeeuw. Christelijk-historisch nieuwsblad voor Zeeland 8 september 1933 p.4
ZB Krantenbank Zeeland
De Faam 13 september 1933 p.2
ZB Krantenbank Zeeland
Middelburgsche Courant 15 september 1933, p.4
ZB Krantenbank Zeeland

Behalve met de muziekwinkel aan de Lange Delft is de firma Spiering in Middelburg ook actief geweest op het gebied van orgelbouw. De door Wijnand Spiering geleide orgelbouwafdeling heeft gewerkt aan het orgel in de Gasthuiskerk. 

Op www.orgelsinzeeland.nl lees ik:
”De firma M. Spiering uit Dordrecht heeft in 1951 het orgel gerestaureerd, waarbij een Bourdon 16′ voor het hoofdwerk werd aangebracht, die als transmissie ook op het pedaal te bespelen was. Dit register werd op een pneumatische lade aan de buitenzijde van de kas opgesteld. Het pedaalklavier werd vernieuwd en de manuaalomvang uitgebreid van dis”’ tot f”’.” 
Bij de speeltafel is aan de muur een plaat bevestigd waarop dit is vermeld.

Middelburg Gasthuiskerk plaquette bij de speeltafel

De firma Spiering in Dordrecht bestaat inmiddels ook niet meer. Kleinzoon Chiel Spiering sloot de winkel in 2006. De orgel- en pianohandel was al beëindigd. De verkoop van kleinere instrumenten en bladmuziek werd voortgezet door Margriet den Hartog en Yvonne Peters in een winkel ook aan de Voorstraat, onder de naam Spiering. De cd-afdeling werd overgenomen door Klaas Bart van Nes en ging verder onder de naam Dordrecht Klassiek.

De dames Den Hartog en Peters kwamen in 2016 tot de conclusie dat het drijven van de winkel niet langer te combineren was met hun muzikale activiteiten en hebben toen de winkel gesloten. Zij zijn verder gegaan als webwinkel voor bladmuziek en als reparatieatelier voor kleine instrumenten.

Van het eens zo trotse bedrijf Spiering leeft na 126 jaar de naam slechts voort in het webadres.

De afgelopen strenge coronaperiode, die al met al twee maanden heeft geduurd, hebben wij gebruikt om stukje bij beetje de tuin beter op orde te brengen. In het verleden kwam daar vaak minder van omdat onze plannen altijd inhielden dat we begin of half mei voor een week of zes met de caravan eropuit trokken naar één van onze favoriete streken zoals de Cévennen, het Drautal of de Hongaarse poesta. Daar willen we nog wel eens heen, of weer rondtrekken door Oost-Europa, Denemarken, iets nieuws ondernemen met reizen naar Spanje of Italië. Plannen genoeg! We hadden ze echter al uit ons hoofd gezet door de medische sores die vanaf december weer toenamen. Maar ook in Nederland gaat het feest niet door. Vanwege de coronapandemie zijn de campings dicht. Gisteravond hoorden we van premier Rutte dat ze vanaf 1 juli weer open mogen. Dan komt er natuurlijk een vloedgolf aan kampeerders op af, in de kortste keren zal alles ’complet’ zijn. Misschien in september….
En de grenzen zijn voorlopig ook dicht.
Dan maar de tuin in om die eens mooi en fleurig te maken. Ans is daar goed in en weet wat er in de border moet komen, hoe je die mooi krijgt met kleuren en bloeiwijze en bloeitijd. Ik zorg voor het gras en doe het sjouwwerk. Samen maken we er iets moois van.

We hebben een ommuurde stadstuin met een grasveldje, tegelpaden en stukken met grijze breeksteen. Daarnaast een houten terras met aan twee zijden een border. De voortuin heeft een houten terras omgeven door dezelfde grijze breeksteen. Allemaal heel onderhoudsarm dus en dat past wel als je uitgebreide reisplannen hebt. Nu is het even anders.

De twee nieuwe Prunussen hebben nog kleine doch beloftevolle kronen.

Een paar jaar geleden is één van de Prunussen in de achtertuin doodgegaan. De Esdoorn met het mooie rode blad in de voortuin was bovendien aangetast door een schimmel en maakte jaar na jaar minder blad dat ook eerder viel. Vorig jaar hebben we er maar eens werk van gemaakt en zodoende zijn in oktober door een hoveniersbedrijf in de achtertuin twee nieuwe Prunussen geplant met de fraaie naam Autumnalis Rosea. In de voortuin is de Esdoorn vervangen door een Acer platanoides ’Crimson Sentry’ (Noorse Esdoorn), een langzaam groeiende zuilboom op laagstam met grote roodpaarse bladeren. Weer rood blad dus. Nu de boom vol in blad staat kunnen we niet anders zeggen dan dat de kleur prachtig is. De drie nieuwe bomen zijn het goed gaan doen.

Zonlicht en wind geven prachtige kleureffecten bij de Noorse esdoorn
Het blad van de Noorse esdoorn.

Met de border kan Ans zich helemaal uitleven. Er staat een mooie verzameling planten en heesters in zoals Aconitum (Monnikskap), Delphinium, Sering, winterharde Geraniums, Zeeuws Knoopje en een Japanse esdoorn (Acer palmatum) met ook van dat mooie rode blad. Op het terras staat een verzameling potten met van alles dat tot wasdom moet komen. Tegen de tuinmuur Clematis, Kamperfoelie en een uitbundig groeiende en straks bloeiende witte Roos. Alleen de Stokrozen in het hoekje, die willen maar niet deugen, wat er ook geprobeerd wordt. Een beetje stok en armetierige roos. Ze krijgen nog een kans, dacht ik.

De Japanse esdoorn is een struik

Dan hebben we sinds kort ook een heuse orchidee in de tuin. Een gast, aangevoerd door de wind en geland in de pot met Hosta’s bij de voordeur. Vermoedelijk is het een Gevlekte rietorchis of juni-orchis (Dactylorhiza praetermissa var. junialis). Ineens was hij er of beter, viel hij op en voordat de Hosta’s omhoog knalden en hem geheel zouden overvleugelen, heeft Ans hem in een eigen pot gezet. En hij doet het! Als hij nou ook nog gaat bloeien…

Gevlekte rietorchis

Zo maken we van onze tuin een plek om graag te zitten en in te werken, nu we in deze pandemische tijden beperkt worden in onze bewegingsvrijheid. En ook al worden de maatregelen binnenkort in fasen versoepeld, wij zullen daar met grote terughoudendheid aan meedoen. Die versoepeling komt ons te snel; dat virus is heel besmettelijk en kan zo beschadigend tekeer gaan. Wij behoren allebei tot de risicogroep, niet alleen vanwege de leeftijd. Voor een overlevingsstrijd op een intensive care hebben we weinig bij te zetten. Dus voorkomen is beter en de zelfverkozen thuisisolatie, met wandelingen in de buurt of langs de zee en fietstochtjes in rustige gebieden en straks voorzichtig misschien toch weer een keertje uit eten, houden we nog wel een poosje vol, zeker met een tuin die er nu zo gerieflijk bij ligt.

Ans maakt de rand van het pad naar de straat onkruidvrij.

Het leven gaat door!

Vanmiddag wilden Ans en ik maar eens een ander ommetje maken dan in de afgelopen weken. Vanuit huis door de buurt, de ene keer linksom, dan weer rechtsom, langs het akkerland aan de rand van de stad, of door het Van Beestpad, een knussig door knotwilgen omzoomd fiets- en wandelpad, het rondje door Brigdamme en dan langs de kaasboerderij van Schellach  – variatie genoeg maar op den duur heb je het wel gezien. Ook al staat onderweg de natuur bescheiden en soms heel uitbundig in bloei. De lente zet gewoon door, corona of geen corona.

Aan het eind van onze straat staan een paar meidoorns (of sleedoorns?) fantastisch te bloeien

Dus nu maar de auto gepakt, naar Westkapelle gereden en geparkeerd onderaan het duin bij de reddingsboot, op een vrijwel verlaten parkeerplaats. Toen we boven kwamen zagen we het nog duidelijker: we waren vrijwel de enigen. Het strand was leeg net als de wandelweg ernaast en het pad over de duinen. Terwijl er doorgaans veel wandelende mensen zijn. Rond de strandtent in de verte richting Zoutelande ook geen beweging. Echt niemand te bekennen. 
Hadden we ook niet thuis moeten blijven?

Niemand te zien

Nu ja, we waren er toch, anderhalve meter afstand houden tot andere mensen was geen probleem zo, die frisse neus gaan we toch maar halen. Wat heel goed lukte met de bij tijd en wijle ijskoude harde noordenwind.

Hardloopster op verlaten strand

Terug reden we door Westkapelle en zagen een geheel verlaten dorp. Niemand te zien, restaurants, terrassen en winkels dicht. Alleen Melis de frietenboer bij de dijk was open en er stond één klant, waar normaal op een dag als deze rond half zes een rij van zeker 10 meter staat. Ook bij het kibbelingenloket stond één klant.

Over de buitenkant van de Westkappelse Zeedijk naar Domburg, langs restaurant Westkaap met het magnifieke uitzicht over zee. Ook leeg, zo’n triest gezicht nu.

Strand, strandweg en pad op de duinen bij Westkapelle helemaal voor ons. Links Zoutelande en rechts daarvan in de verte de Sardijnstoren in Vlissingen.

In Domburg, altijd een bruisende badplaats met veel volle terrassen en rondwandelende gasten, was ook bijna niemand te zien. Maar ja, alle campings zijn dicht benevens bungalowparken, hotels, B&B’s en wat er meer aan logies wordt geboden. Toeristisch Walcheren is leeg, geen gast te zien, nergens hoor je Duits praten. Het is nu van ons, de vaste bewoners. Er wordt al een aantal jaren geklaagd over het gestaag toenemende toerisme met alle gevolgen voor ruimtebeslag, natuuraantasting, drukte op de wegen en andere ongemakken.
Maar nu, helemaal niemand, dat is, hoe zal ik het noemen – unheimisch.
Zo, toch nog wat Duits vandaag.

De kop boven het weeroverzicht van vanavond op Buienradar geeft goed aan hoe het was en wat de komende week wordt verwacht. Een paar fragmenten:
Het blijft de komende week wisselvallig in Nederland. Vandaag passeerde een zwak koufront met wat regen.
En voor vanmiddag werd aangekondigd:
Vanuit het westen klaart het soms op, maar ook kan er nog een enkele bui vallen. Met temperaturen van 10 tot 12 graden is het vrij zacht voor de tijd van het jaar. Er staat een matig tot vrij krachtige en aan zee krachtige zuiden- tot zuidwestenwind.

Verder lezen

Op dinsdag 6 juni 1944 vonden de geallieerde landingen plaats in Normandië, de grootste amfibische invasie in de geschiedenis en het begin van de bevrijding van West-Europa. Na felle gevechten kon een bruggenhoofd worden gevormd waaruit de geallieerden konden uitbreken. Met een ongekend snelle opmars door Frankrijk en België kon op 4 september 1944 de haven van Antwerpen door de Britse troepen worden veroverd. Die haven bleef echter onbruikbaar zolang er geen vrije doorvaart over de Westerschelde was. De Duitsers hadden versterkingen aan de zuidkant bij Breskens en aan de noordkant op Walcheren. Hun leger op Zuid-Beveland werd via Zeeuws-Vlaanderen naar België gedirigeerd om de Canadezen af te stoppen die via Vlaanderen oprukten. Wat ze niet lukte, de Canadezen bevrijdden de kust en gingen door naar Breskens.

Monument bij Westkapelle voor de landingen op 1 november 1944
Verder lezen

Rutger Bregman schreef een nieuw boek: ‘Het water komt.’ In deze brief aan alle Nederlanders luidt Rutger de noodklok: net als voor de Watersnoodramp in 1953 waarschuwen experts dat we grote delen van Nederland kunnen verliezen aan het water. Toch komen we niet genoeg in actie. Maar nu kunnen we het tij nog wél keren. Om ervoor te zorgen dat iedereen dit verhaal kan lezen of luisteren, geven we het gratis weg. Ga naar https://hetwaterkomt.nl voor jouw exemplaar.

Verder lezen